Werkwijze

Wanneer er een dier bij het vogelasiel wordt binnengebracht werken wij volgens een vaste procedure. Ondanks dat elke situatie anders is kunnen wij meestal handelen volgens onderstaand stappenplan, zodat het vogelasiel gestructureerd kunnen werken.

Stappenplan

·         Vragen stellen aan ‘bezorger’

·         Snelle analyse

·         Invoeren in registratiesysteem

·         Huisvesten

·         Eventuele ontstressing periode

·         Nauwkeurige analyse, diagnose en behandelingsplan

·         Verzorging en behandeling

·         Afronden

Vragen stellen aan ‘bezorger’

De meeste dieren die bij het vogelasiel binnenkomen worden gebracht door de Dierenambulance Den Helder e.o. en door particulieren. In beide gevallen stellen wij bij binnenkomst enkele vragen aan degene die het dier komt brengen. Voor het asiel is het van belang om te weten in wat voor soort situatie het dier gevonden is. Vaak kunnen wij dan al meteen vaststellen wat de oorzaak is van de hulpbehoevende toestand van het dier is. Ook willen wij weten waar en wanneer het dier gevonden is. De vindplaats is interessant omdat ze dan zelf een voorstelling van de omgeving kunnen maken en zo kunnen bedenken welke factoren hebben meegespeeld met het verslechteren van de toestand van het dier. Ook is het voor sommige diersoorten belangrijk om op de vindplaats uitgezet te worden. Ten slotte willen wij weten wat de ‘bezorger’ zelf al voor de patiënt gedaan heeft. Vaak vertellen mensen dan trots wat ze allemaal geprobeerd hebben, waarna wij kunnen vertellen dat dit alleen maar meer schade aan het dier heeft toegebracht. Nadat wij de bezorger hebben bedankt voor de zorg voor het dier geeft een van onze medewerkers vaak nog een rondleiding door het asiel waarna de bezorger meestal het asiel verlaat. Het is voor bezoekers meestal niet toegestaan om mee te kijken bij spoedbehandelingen, omdat dit door veel mensen als schokkend ervaren kan worden. Wel vertellen wij de uitkomst van de snelle analyse, zodat de bezorger weet wat er met het dier aan de hand is.

Snelle analyse

Bij de meeste dieren die worden binnengebracht kunnen wij vaak gelijk al zien wat er aan de hand is. Botbreuken, open wonden, onderkoeling, ondervoeding en vergiftiging zijn aandoeningen die ze bijvoorbeeld meteen herkennen. Dit is makkelijk voor de medewerkers van het asiel omdat wij dan snel een behandelingsplan kunnen opstellen.

Invoeren in registratiesysteem

Vervolgens gaan wij het dier registreren in het computersysteem. Vogelasiel De Paddestoel heeft een registratiesysteem dat speciaal voor het asiel ontwikkeld is. Alle dieren worden hierin ingevoerd en alle gegevens worden aan dit dossier gekoppeld. Zo kunnen wij heel gemakkelijk en snel een overzicht opvragen en statistieken berekenen.

Huisvesten

Bij de snelle analyse kijken wij niet alleen naar de eventuele verwonding of andere aandoening dat het dier heeft, ook kijken wij naar het gedrag van de vogel. Zo beoordelen wij het karakter van het dier en kunnen wij beslissen in welk verblijf zij het gaan huisvesten. Alleen, met soortgenoten, in een warme of koude omgeving, licht of donker, in de Intensive Care (I.C.), het zijn allemaal opties die overwogen worden. Sommige dieren moeten op een zaagselondergrond, sommige dieren willen juist ronddobberen in een van de bassins. Sommige vogels moeten veel ruimte hebben, maar andere vogels juist niet waardoor wij voorkomen dat de vogel zichzelf nog verder kan verwonden. Het uitkiezen van een geschikt verblijf is dus erg belangrijk en soms erg ingewikkeld vanwege de beperkte informatie die wij over het dier hebben.

Eventuele ontstressing periode

Omdat het Vogelasiel dieren opvangt die niet gedomesticeerd (dus wild) zijn moeten wij de verzorging daar op aanpassen. De meeste wilde dieren kunnen namelijk overlijden door stress. Vooral de combinatie van een verwonding of andere aandoening met stress kan fataal zijn. Om dit te voorkomen stellen wij bij sommige gevallen een ontstressing periode in. Het dier krijgt dan een spoedbehandeling wanneer dat nodig is en wordt daarna op een rustige plek gehuisvest en krijgt water en voedsel, maar verder nog geen behandeling. Na enkele dagen is het grootste deel van de stress dan verdwenen waardoor het dier wat fitter de behandeling in kan gaan. Dit vergroot de overlevingskansen.

Nauwkeurige analyse en diagnose

Wanneer wij niet gelijk bij binnenkomst van de patiënt kunnen vaststellen wat het probleem is observeren wij het dier zorgvuldig en onderzoeken hem eventueel heel uitgebreid. Wilde dieren zullen zich altijd ‘groot houden’ om zo niet als makkelijke prooi op te vallen. Dit maakt het voor de medewerkers soms erg lastig om de aandoening van het dier te bepalen. Gelukkig lukt het hen eigenlijk altijd wel om een diagnose te stellen. Wanneer dit echt niet lukt beslissen wij soms om een dierenarts te raadplegen. Een dierenarts heeft apparatuur die wij niet bezitten, waardoor soms een aandoening opgemerkt kan worden die voor hen niet vindbaar was. Aan de hand van de diagnose stellen wij een behandelingsplan op. Aansterken, dwangvoeren, medicatie, spalken, het kan allemaal nodig zijn.

Verzorging en behandeling

Onder verzorging verstaan wij het schoonhouden van het verblijf, het verstrekken van water en voer, en eventueel medicatie. Bij de verzorging wordt constant gekeken of de patiënt zich anders gedraagt dan voorheen om zo verslechteringen van de situatie tijdig op te merken. Ook worden er eventuele verwondingen of aandoeningen behandeld. Wanneer de toestand van een dier achteruit gaat is het meestal snel afgelopen als er niet tijdig wordt ingegrepen, dus waakzaamheid, ervaring en kennis is cruciaal! De verzorging is soms van korte duur, maar kan ook maanden duren.

Afronden

Meestal geven de patiënten zelf goed aan wanneer ze klaar zijn om uitgezet te worden. Ze worden dan onrustig, proberen te ontsnappen en vertonen weer natuurlijk (wild) gedrag. De medewerkers doen dan nog een laatste analyse en als blijkt dat het dier volledig hersteld is kan het worden uitgezet. De meeste dieren zetten we in het bos achter het asiel uit, de dieren die wat meer ruimte nodig hebben om weg te kunnen komen zetten we uit in Nieuw Mariëndal.

Helaas redden niet alle dieren het. Sommige patiënten zijn er zo slecht aan toe dat ze in het asiel komen te overlijden. Ook komt het soms voor dat het dier een niet herstelbare aandoening heeft waardoor het leven niet meer draaglijk is en wij helaas moeten beslissen om het dier te laten euthanaseren. Soms is dit echt de beste optie, hoe moeilijk het ook is. Toch kunnen wij gelukkig het grootste deel van de dieren weer uitzetten. De dankbare blik in de ogen van een dier dat nog éénmaal achterom kijkt voor het twijfelachtig in de bosjes verdwijnt, de vreugdekrijsen van een meeuw die na maanden van verzorging eindelijk weer kan vliegen en langzaam aan de horizon verdwijnt, beide voorbeelden van het aspect van hen werk wat veel voldoening geeft. Het is de kroon op ons werk.